Categorie archieven: Blog

Blog: Verwachtingen van privacywetgeving

Blog door: Taetske van der Reijt, principal consultant bij Hooghiemstra & Partners¹

Het is vandaag, 28 januari, de dag van privacy. 45 jaar geleden werd het Dataprotectieverdrag² ondertekend. Sinds die tijd is er veel veranderd. Er worden veel meer persoonsgegevens verwerkt en de bewustwording over privacy is enorm toegenomen. Toch worden al die privacyregels ook vaak als lastig en bureaucratisch ervaren.

Zo lees je nog steeds vaak in de krant dat “de Privacywet” in de weg zou staan aan effectief beleid of een effectieve aanpak van bepaalde problemen. Er is nog steeds grote angst om de AVG te overtreden, die niet altijd terecht is. Ook lijkt het erop dat de AVG soms als gelegenheidsargument wordt gebruikt.³ Het is vaak ook een oproep voor meer wetgeving.

Mijn ervaring, zowel als wetgevingsjurist op het gegevensbeschermingsrecht en als adviseur, is dat nieuwe wetgeving niet altijd nodig is. De AVG biedt de lidstaten voldoende ruimte om het gegevensbeschermingsrecht te modelleren naar eigen wens. Gebleken is echter wel dat de wettelijke grondslagen niet altijd goed op orde waren en daarom zijn er sinds de invoering van de AVG veel wettelijke grondslagen bijgekomen. Deze inhaalslag op het gebied van wetgeving is nog niet afgerond.

Echter, er zijn natuurlijk wel grenzen aan wat je wettelijk kunt en moet willen regelen. Sommige verwerkingen van persoonsgegevens zijn maatschappelijk echt niet wenselijk, met of zonder AVG. Denk aan het te breed delen van zwarte lijsten of gegevens verzamelen “omdat het misschien ooit handig kan zijn”. Of gegevens willen verzamelen, terwijl je de taak daarvoor niet hebt. Ook onze Grondwet vereist nu eenmaal dat de overheid niks mag, tenzij het wettelijk is toegestaan (terwijl de burger alles mag, tenzij het verboden is.)

Kortom: geen taak, geen gegevensverwerking, want dan is er immers geen duidelijk doel en geen noodzaak om die gegevens te verwerken. Maar om een taak uit breiden of toe te voegen in de wet, is niet altijd eenvoudig. Dan gaan er ook andere krachten en belangen spelen. De taak blijkt bijvoorbeeld eigenlijk al bij een andere overheidsorganisatie te liggen of er moet veel geld bij, want er komt immers een nieuwe taak bij. Er wordt dan vaak gemopperd dat het aan de strenge privacywet ligt, maar goed beschouwd is dat natuurlijk niet zo. Omdat er voldaan moet worden aan waarborgen en zorgvuldigheidseisen die de AVG stelt, zoals het opstellen van een DPIA, komt wel vaak aan het licht dat er iets niet klopt. Dat een organisatie buiten zijn taak werkt bijvoorbeeld, of meer gegevens verzamelt dan noodzakelijk voor zijn taak. Maar ja, is het eigenlijk niet gewoon heel wenselijk dat dat aan het licht komt?

Tegelijkertijd worden de wettelijke mogelijkheden van zowel de AVG als de Nederlandse uitvoeringsregelgeving soms naar mijn ervaring juist te eng geïnterpreteerd. Dus men denkt dat er minder mag dan in de wet staat. Er wordt dan aan de wetgever gevraagd om een wettelijke grondslag te maken, die al bestaat. Deze durft men dan niet goed toe te passen en wil voor de zekerheid een nog duidelijkere grondslag. Organisaties blijken het spannend te vinden om een afweging van belangen te maken en de noodzaak te beoordelen. Het is dan al vaak “bij twijfel niet inhalen”, waardoor ze zichzelf onnodig klemzetten. Een wetsaanpassing is niet nodig, en kan eigenlijk ook niet. Wel is van belang dat bestuurders goed weten welke afweging ze moeten maken en daar ook voor te gaan staan. Ik vermoed dat gebrek aan kennis en angst om toch een verkeerde afweging te maken en vervolgens bijvoorbeeld in de publiciteit hard voor te worden afgestraft daar onder meer debet aan is.

De wetgever staat dan wel voor een dilemma. Mijn overtuiging is dat het maken van steeds meer en gedetailleerdere wettelijke grondslagen zelfs averechts zal werken. Ten eerste zeg je ermee dat eerdere vergelijkbare verwerkingen van persoonsgegevens blijkbaar onrechtmatig waren en ten tweede moeten dan andere vergelijkbare verwerkingen, ook door andere organisaties, voorzien worden van een wettelijke grondslag. Hierdoor bestaat het risico in een soort vicieuze cirkel van wetgeving terecht te komen, waardoor er steeds meer en meer wetten moeten worden opgesteld met allerlei gedetailleerde grondslagen. Of dat te ruimhartige grondslagen worden opgesteld.⁴

En wees gewaarschuwd: een wet werkend krijgen gaat niet snel, zeker niet als het over gegevensbeschermingsrecht gaat. Veel instanties kijken mee en een wetsvoorstel inzake verwerking van persoonsgegevens moet op grond van de AVG sowieso aan de AP worden voorgelegd. Uiteraard is ook de Raad van State nog aan zet, die vanuit grondwettelijk perspectief met grote interesse kijkt naar wetsvoorstellen over gegevensbeschermingsrecht. Overigens volkomen terecht.

Om een voorbeeld te geven: het wetsvoorstel voor de Verzamelwet gegevensbescherming, dat vooral technische aanpassingen en enkele extra grondslagen voor gegevensverwerking mogelijk maakt, is op 1 december 2022 ingediend bij de Tweede Kamer, en sinds mei 2025 in behandeling bij de Eerste Kamer. Waarschijnlijk zal deze niet eerder dan 1 januari 2027 in werking treden.

Dit is maar één voorbeeld uit mijn eigen praktijk, maar er zijn er veel meer.⁵ Blijkbaar vinden we het, als het puntje bij paaltje komt, allemaal heel spannend om persoonsgegevens te verwerken en te delen en kijken we daarbij steeds naar anderen om te zeggen of het mag. Naar de AP of naar de wetgever of naar de FG of de privacy-adviseur. En dat terwijl we zelf afwegingen moeten durven maken. Er staat immers niet voor niets in overweging 4 bij de AVG dat de verwerking van persoonsgegevens ten dienste van de mens moet staan en dat het recht op bescherming van persoonsgegevens geen absolute werking heeft, maar conform het evenredigheidsbeginsel tegen andere grondrechten moet worden afgewogen.

Beeld: Yasmine Boudiaf & LOTI / Data Processing / Licenced by CC-BY 4.0

¹ Taetske was hiervoor raadadviseur gegevensbeschermingsrecht bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.
² Verdrag (van de Raad van Europa) tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, Straatsburg, 28-01-1981.
³ Zie ook de brief van de Algemene Rekenkamer van 30 maart 2023 aan de Tweede Kamer. Kamerstukken II, 32761, nr. 264.
⁴ In het advies over de Verzamelwet gegevensbescherming waarschuwt de AP op pagina 3 ook hiervoor. https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/documenten/advies-verzamelwet-gegevensbescherming.
⁵ Bijv. de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden: Begin 2020 ingediend bij de Tweede Kamer, eind 2024 aangenomen door de Eerste Kamer. De ambtelijke voorbereiding en adviestraject is ongeveer 2015 gestart. Of Bijv. de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (WAMS), die in januari 2023 is ingediend bij de Tweede Kamer en nog in behandeling is.

wetsanalyse analyseschema

Wetsanalyse voor een wendbare wetsuitvoering: waarom, wat en hoe?

Hoe stop je een wet in een computer, op zo’n manier dat daar juiste en rechtvaardige besluiten uitkomen? Het idee is misschien dat generatieve AI deze vraag gaat beantwoorden, of hem zelfs overbodig maakt. Daar zijn we bij Hooghiemstra & Partners nog niet helemaal van overtuigd, maar we hebben wel mensen die kunnen helpen bij de omzetting van wet naar code. Een sleutelrol is daarbij weggelegd voor Wetsanalyse. We leggen uit waarom, wat en hoe.  

Waarom?  

De samenleving kan niet meer zonder ICT. We leven met en worden soms zelfs geleefd door onze smartphone en laptop. Ook de overheid zet digitalisering op grote schaal in voor uitvoering van haar taken en voor dienstverlening aan burgers en bedrijven. De grondstof voor dat werk is wetgeving, die zowel het gedrag van burgers als het optreden van de overheid reguleert.  

Vaak wordt gezegd dat wetgeving complex en onduidelijk is. Het is ook best lastig: wetten moeten algemeen gelden én tegelijkertijd toepasbaar zijn op heel veel verschillende individuele gevallen. Daarom zit wetgeving op een bepaalde manier in elkaar, met een eigen taalgebruik en specifieke taalconstructies. Vaak zitten er open normen in, of ruimte voor afweging in individuele gevallen. Juist om rechtvaardige toepassing mogelijk te maken.  

De wereld van de uitvoering in ICT-systemen is een heel andere dan de wereld van de jurist: een systeem kan geen afwegingen maken, maar redeneert letterlijk ‘digitaal’, in nullen en enen. Als we wetgeving willen uitvoeren zoals de wetgever die bedoeld heeft, zullen we de talige wereld van de jurist en de digitale wereld van de ICT’er moeten overbruggen. Alleen dan kunnen we goed werkende ICT realiseren, die letterlijk recht doet aan de beginselen onder onze rechtsstaat.  

Wat? 

In de afgelopen decennia zijn methoden ontwikkeld voor de vertaling van wetgeving naar digitale uitvoering. Wetsanalyse is een voorbeeld van zo’n methode. Hiermee worden de wettelijke regels als het ware uiteengerafeld tot de bouwblokjes waarmee voor mensen leesbare (en dus toetsbare) modellen kunnen worden gemaakt. Die modellen zijn op hun beurt de basis zijn voor softwarecode waarmee de computer kan redeneren en beslissingen kan nemen. Of er kunnen regel- en rekenhulpen mee worden gemaakt voor burgers en bedrijven. Of ze kunnen worden gebruikt voor een ‘bijsluiter’ bij brieven van de overheid, met uitleg over de berekening van een uitkering of verlening van een vergunning.  

Hoe? 

Hoe werkt dat dan? Wetsanalyse kent twee pijlers, een analyseschema en een werkwijze. Het analyseschema is eigenlijk de juridische grammatica van de wetgeving. Het bestaat uit de juridische elementen die in alle wetgeving voorkomen. Bijvoorbeeld rechten en plichten (rechtsbetrekkingen), de partijen die daarbij betrokken zijn (rechtssubjecten), waar ze over gaan (rechtsobjecten) en de voorwaarden die gelden. Aan de hand van het schema worden formuleringen in wetgeving voorzien van een label dat hun juridische betekenis heel precies aangeeft. Zo worden de bouwblokjes gemaakt die vervolgens geordend worden in een gegevens-, een regel- of een procesmodel, zodat de computer er uiteindelijk mee uit de voeten kan. De afbeelding laat dit zien. 

wetsanalyse analyseschema

Essentieel voor een goede analyse is samenwerking. Wetsanalyse wordt uitgevoerd in een team, waarin juristen (die de wetgeving goed kennen), uitvoeringsexperts (die de praktijk goed kennen) en IT-ontwikkelaars samen de analyse en interpretatie van de wetgeving maken en de regel-, gegevens- en procesmodellen opstellen. Ze voeren daarbij vaste activiteiten uit, zoals in onderstaand schema.  

wetsanalyse werkwijze

 

Multidisciplinair dus, waarbij ieders expertise optimaal benut wordt. Daarnaast wordt iteratief gewerkt, zodat continu geleerd wordt en de analyses kunnen worden aangescherpt en verbeterd. Daarbij blijkt vaak ook waar nog interpretatie of invulling van de wetgeving nodig is om haar digitaal te kunnen uitvoeren. Of waar concretisering niet mogelijk is, en dus waar de grenzen van automatisering liggen.   

Voorbeelden 

Wetsanalyse wordt al bij verschillende overheidsorganisaties toegepast, zoals de Belastingdienst, de IND en (nog experimenteel) enkele gemeenten.  

Momenteel ondersteunt Hooghiemstra & Partners de Wetsanalyse van hoofdstuk 4 van de European Health Data Space-verordening (EHDS) in het kader van het Programma Health Data Access Body (HDAB). Daarnaast voeren we Wetsanalyse uit voor de modernisering van identiteitsvaststelling in de strafrechtsketen. Daarnaast hebben we meegewerkt aan het BZK-innovatieproject Wegwijs in regels. Daarin is het analyseschema van Wetsanalyse gebruikt voor een AI-toepassing die overheidsmedewerkers helpt om de Wet open overheid, de AVG en de Archiefwet in samenhang te bevragen en toe te passen in hun werk.  

Meer weten? 

Wil je meer weten over Wetsanalyse of ben je geïnteresseerd in toepassing ervan in jouw organisatie, neem dan contact met ons op via info@hooghiemstra-en-partners.nl. 

Ben je geïnteresseerd in opleiding in Wetsanalyse, dan biedt de Open Universiteit de cursus Wetsanalyse en wendbare wetsuitvoering in de digitale rechtsstaat. 

 

Yutong Liu & Digit / Better Images of AI voor artikel Mariette Lokin (van kennis naar code)

Artikel Binnenlands Bestuur: “Wees in charge over het proces van kennis naar code”

Meer kruisbestuiving tussen het juridische en technische domein. Daarvoor pleit onze collega Mariette Lokin, die sinds juli ook bijzonder hoogleraar wetgeven in de digitale rechtsstaat aan de Open Universiteit is. Voor een artikel in Binnenlands Bestuur gaat ze dieper in op het vertalingsproces van wet naar code. Soms is dat ondoorgrondelijk, maar eigenlijk hoeft het dat helemaal niet zo te zijn.

Hoewel op het eerste gezicht de werelden van de jurist en de ict’er misschien ver uit elkaar lijken te liggen, is volgens Mariette hun logica juist hetzelfde. De verschillende expertises drukken zich anders uit – talig versus symbolisch – maar de gedachtegang achter wet en code vertoont een hoop gelijkenissen. Mariette hoopt dat juristen en programmeurs elkaar steeds beter weten te vinden. En dat ze beiden niet alleen in hun eigen koker blijven werken, maar ook van elkaar leren.

In het artikel legt Mariette uit hoe beslis- en rekenregels en de menselijke maat naast elkaar kunnen bestaan. Volgens haar is het wel essentieel dat overheidsorganisaties ‘in charge’ zijn. Dat betekent dat organisaties weten en vastleggen hoe een computer tot een bepaalde beslissing komt. Overheden (centraal én decentraal) zouden op dit moment ‘beter ‘in charge’ kunnen zijn’ vertelt Mariette. “Overheidsorganisaties hanteren nog niet altijd de werkwijze dat ze zelf de kennis modelleren waarmee ze de leverancier kunnen zeggen wat hij moet bouwen. Daar is winst te behalen.”

Ontwikkelingen zoals de Digitale toets van de Tweede Kamer voor meer grip op digitale uitvoerbaarheid van wetten zijn een stap in de juiste richting volgens Mariette. Maar er is meer nodig: een andere manier van werken, middelen en tijd voor juristen en beleidsmakers, en samenwerking met de uitvoering in een vroeg stadium. Benieuwd naar het artikel? Lees meer via de website van Binnenlands Bestuur.

Beeld credit: Yutong Liu & Digit / https://betterimagesofai.org / https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/

 

Profilering en geautomatiseerde besluiten: een te groot risico?

Door: Marlies van Eck

Handelsinformatiebureaus die adviseren of iemand wel of geen lening krijgt. Het is een advies gebaseerd op basis van gedragingen van andere consumenten en op basis van allerlei persoonsgegevens. Door de uitspraken in de SCHUFA-zaken van het Europees Hof van Justitie komt deze praktijk in een ander daglicht te staan.

SCHUFA verkoopt in Duitsland kredietwaardigheidsbeoordelingen aan banken en andere financiële instellingen. Dit gebeurt op basis van allerlei gegevens uit openbare bronnen en door middel van een creditscore. Hoe SCHUFA de score berekent, is niet bekend. Dit noemt men ‘bedrijfsgeheim’. Ook bewaart SCHUFA de gegevens drie jaar. Dit is aanmerkelijk langer dan de bewaartermijn die rust op het openbare register waaruit de gegevens komen. In een rechtszaak hierover grijpt de Europese rechter in:

  1. De persoonsgegevens langer bewaren dan de zes maanden die geldt voor de bron, het openbaar register, mag niet.
  2. De rechter vindt dat de creditscore een geautomatiseerd individueel besluit is zoals bedoeld in artikel 22 AVG. Daarom moet Duitsland goede regelgeving hebben. Als die regelgeving geen rekening houdt met de extra waarborgen van de AVG, handelt het bedrijf zonder rechtsgrond en schendt het artikel 22 AVG.

De uitspraak heeft ook gevolgen voor het verzamelen van gegevens zonder directe aanleiding, het bewaren van gegevens en gebruiken van statistische profielen en scores in Nederland.

Iedere inwoner van Duitsland ‘in SCHUFA’

In Duitsland gebruiken veel instellingen de diensten van SCHUFA. Dit is een bedrijf gespecialiseerd in het beoordelen van kredietwaardigheid van met name consumenten. Zoals hun eigen website (zie hier) al vermeldt, staat bijna iedere inwoner van Duitsland wel ‘in SCHUFA’. Op de vraag hoe je een goede SCHUFA-score krijgt, staat als antwoord dat het afhankelijk is van verschillende factoren maar dat het bijzonder belangrijk is om je rekeningen op tijd te betalen (!). Advies van SCHUFA: lees hier.  

Om de kredietwaardigheid te beoordelen, maakt SCHUFA kredietscores. Op basis van bepaalde kenmerken van een persoon en aan de hand van een wiskundig-statistische methode wordt een voorspelling gedaan over de waarschijnlijkheid van diens toekomstig gedrag (‘score’), zoals de terugbetaling van een lening. Het vaststellen van scores is gebaseerd op de veronderstelling dat een soortgelijk gedrag kan worden voorspeld door een persoon in te delen bij een groep van andere personen met vergelijkbare kenmerken die zich op een bepaalde manier hebben gedragen. Dit is een andere werkwijze dan het BKR. BKR werkt met het vastleggen van schulden en het terugbetalingsgedrag. De persoonsgegevens die gebruikt worden voor de berekening zijn onder meer afkomstig uit een openbaar insolventieregister. Op basis van Duitse wetgeving geldt voor dit register een bewaartermijn van 6 maanden.

schematisch overzicht SCHUFA werkwijze

SCHUFA geeft geen nadere uitleg en weigert persoonsgegevens te wissen

Toen consumenten hun persoonsgegevens bij SCHUFA wilden inzien en gewist wilden hebben, gaf SCHUFA wel hun individuele scoreniveaus. Ook gaf SCHUFA in grote lijnen aan hoe de scores worden berekend. Zij weigert verdere informatie. Dit zou een inbreuk zijn op het bedrijfsgeheim. Ook vindt SCHUFA dat niet zij, maar de instellingen aan wie zij de adviezen rond kredietwaardigheid geven, de eigenlijke contractuele besluiten namen. SCHUFA weigert ook om de persoonsgegevens die verkregen waren uit openbare registers te wissen. Ze beroept zich op een bewaartermijn van 3 jaar.

De Europese rechter over deze kwestie

De Duitse rechter stelde vragen aan het Europees Hof van Justitie. Er zijn twee uitspraken: het arrest van 7 december 2023, SCHUFA Holding (Kwijtschelding van restschulden), C 26/22 en C 64/22, ECLI:EU:C:2023:958 (lees hier); en het arrest van 7 december 2023, SCHUFA Holding, C-634/21, ECLI:EU:C:2023:957 (lees hier). Het Europees Hof van Justitie antwoordde als volgt:

  1. De creditscore is een geautomatiseerd besluit als bedoeld in 22 AVG ook al verleent SCHUFA zelf geen leningen. Dit betekent dat de creditscore niet mag, tenzij voldaan is aan extra waarborgen.
  2. Het langer bewaren dan de termijn die geldt voor de bron van de gegevens, het nationale solventieregister, mag niet.
  3. De Duitse rechter moet nagaan of de Duitse wetgeving voor het beoordelen van kredietwaardigheid voldoet aan de eisen van de AVG.
  4. Ook moet de Duitse rechter beoordelen of het rechtmatig is dat de persoonsgegevens parallel aan het openbaar register bewaard worden. Dit is een inmenging in de rechten beschermd door de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten voor de Europese Unie. De persoonsgegevens worden dan namelijk in verschillende bronnen verwerkt.

Gevolgen voor Nederland

Met deze uitspraak zijn mensen die een telefoonabonnement of andere financiële verplichting willen aangaan, beter beschermd dan voorheen. Het is nu duidelijk dat er een verbod geldt: het is verboden om op basis van profilering geautomatiseerde beslissingen te nemen met juridische of andere gevolgen voor betrokkenen. Dit verbod kan alleen worden doorbroken als er wetgeving komt of als aangetoond wordt dat de profilering noodzakelijk is voor de totstandkoming van een overeenkomst. Profilering lijkt niet noodzakelijk om de overeenkomst aan te gaan. Het is een optie om aan de persoon zelf te vragen wat de lopende schulden zijn. Ook maakt de rechter duidelijk dat artikel 5 en 6 van de AVG ook betrokken moeten worden. Dit betekent dat de verwerking van persoonsgegevens rechtmatig, behoorlijk en transparant moet zijn en dat er een grondslag voor het verwerken van de persoonsgegevens is.

Ook voor de overheid heeft deze uitspraak gevolgen. Bij allerlei taken zoals het verlenen van kwijtschelding, het innen van boeten en opschorten van betalingen worden risicomodellen gehanteerd. Het zou kunnen dat deze werkwijzen onder het verbod vallen. Of dit zo is, zal afhangen van het feitelijke gebruik van het risicomodel. Daarbij is vooral van belang dat de Europese rechter expliciet let op lacunes in de rechtsbescherming. En niet moet de rechter hierop letten, maar er ook voor zorgen dat deze vervolgens gedicht worden. In een evaluatie van de UAVG constateerden we al dat er nu hiaten lijken te zijn. Zie pagina 199 en 120 van ons rapport: hier. De lijn van de Europese rechter volgend, is denkbaar dat de rechter het hiaat in lijn met de beginselen van de AVG gaat opvullen.

Is de kredietscore van SCHUFA een geautomatiseerd besluit in de zin van artikel 22 AVG ondanks dat SCHUFA geen beslissing neemt om wel of geen lening te verstrekken?

Ja, zegt het Europees Hof van Justitie. De rechter stelt vast dat voldaan is aan de 3 cumulatieve eisen

  1.  Er is een besluit. Dat is de berekening van de solvabiliteit door een waarschijnlijkheidswaarde (probability value).
  2. Het is uitsluitend geautomatiseerd tot stand gekomen en valt in de categorie profilering. Dit komt omdat de persoonsgegevens van een consument worden gebruikt en het een geautomatiseerde vaststelling van een waarschijnlijkheidswaarde is.
  3. Het besluit heeft rechtsgevolgen of treft de betrokkene in aanmerkelijke mate. Het maakt hierbij niet uit dat SCHUFA zelf geen leningen verstrekt en dus ook niet besluit of de persoon een lening krijgt. Duidelijk is wel dat een slechte score bij SCHUFA in vrijwel alle gevallen leidt tot een weigering van de instelling om krediet te verlenen.

Vooral dit laatste is interessant. SCHUFA had haar rol klein gemaakt. De score was alleen een voorbereidende handeling, voor de weigering van de lening was de bank verantwoordelijk. Maar de rechter ziet hier een constructie die ertoe zou leiden dat er geen rechtsbescherming is. Zou je als consument naar de bank gaan en inzage vragen of vragen naar de achterliggende logica van de score, dan kan de bank dit namelijk niet geven.

Is artikel 22, eerste lid van de AVG een algemeen verbod op geautomatiseerde besluiten of een individueel recht om een handmatig besluit te vragen?

Sinds de inwerkingtreding van de AVG lag de vraag open of artikel 22 AVG een individueel recht is voor betrokkenen of een algemeen verbod voor geautomatiseerde besluiten. In het eerste geval kan een verantwoordelijke geautomatiseerd besluiten, maar moet deze op verzoek van een betrokkene een handmatig besluit nemen. De betrokkene heeft het recht er niet aan te worden onderworpen. De andere lezing is dat het een algemeen verbod inhoudt. Dit is ook de opvatting van de Nederlandse wetgever. In deze uitspraak heeft de Europese rechter het oordeel geveld; het is een algemeen verbod.

Mogen particuliere kredietinformatiebureaus persoonsgegevens afkomstig uit een officiële bron, langer bewaren dan de bewaartermijn van die officiële bron?

Nee. Dit is in strijd met artikel 5, lid 1, onder a en artikel 6, lid 1 onder f van de AVG. De rechter overweegt dat er een afweging moet plaatsvinden tussen tegenstelde rechten en belangen. Aan de ene kant het belang dat de analyse van een kredietinformatiebureau risico’s van fraude en onzekerheden kan verminderen. Aan de andere kant het belang van betrokkenen voor wie deze vorm van gegevensverwerking tot een inbreuk leidt van artikel 7 en 8 van het Handvest. Hoe langer de persoonsgegevens worden bewaard, hoe strenger de eisen zijn. Omdat de rechter kijkt naar de reden van de Duitse wetgever voor de bewaartermijn van 6 maanden, namelijk dat iemand weer kan deelnemen aan het economisch leven, oordeelt deze dat dit dus ook geldt voor deze verwerking.

Mag je persoonsgegevens kopiëren uit een openbaar register en verzamelen zonder aanleiding gedurende dezelfde bewaartermijn als die van de officiële openbare bron?

Deze vraag wordt doorgespeeld naar de rechter in Duitsland. De Duitse bestuursrechter moet nagaan of de bewaring van de gegevens door SCHUFA beperkt is tot hetgeen strikt noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigd belang. De rechter moet dan meenemen dat de gegevens ook in het openbaar register kunnen worden geraadpleegd. Ook moet de rechter meenemen dat de persoonsgegevens al verzameld worden zonder dat een commerciële onderneming in een concreet geval verzoekt om inlichtingen. De rechter vindt deze bewaring gedurende 6 maanden minder ernstig, maar nog steeds een inmenging in de rechten van de artikelen 7 en 8 van het Handvest.

Conclusie

Het lijkt erop dat de teugels strakker worden aangespannen als het gaat om geautomatiseerde besluiten en profilering. Dit heeft directe juridische gevolgen voor de particuliere sector, maar de uitspraken van het Europees Hof van Justitie over SCHUFA zetten ook de bestaande praktijk bij overheden onder druk. Want ook overheden werken met risicoprofilering. Omdat de rechter naar de geest van de AVG kijkt is het de vraag of risicoprofilering bij het controleren van burgers is toegestaan. Heeft u vragen over geautomatiseerd besluiten en profilering? Hooghiemstra & Partners helpt u graag op weg.

Grote taalmodellen: juridisch nog deels onverkend terrein

Grote Taalmodellen, ofwel Large Language Models. zijn bezig met een opmars. Daarmee brengen deze zogenoemde LLM’s (niet te verwarren met de afkorting van de meestertitel) de nodige juridische vragen met zich mee. Onze collega’s Walter van Holst en Mariette Lokin schreven een artikel voor ‘DIXIT’ en buigen zich over drie LLM vraagstukken en de ontwikkelingen op het gebied van wetgeving.

‘DIXIT’ is het tijdschrift van de Nederlandse Organisatie voor Taal- en Spraaktechnologie (NOTaS), die onderzoeksinstellingen en applicatieontwikkelaars in deze sector vertegenwoordigt. De 2022-editie van het tijdschrift stond in het teken van Grote Taal- en Spraakmodellen.

De technologie van LLM’s ontwikkelt zich in een sneltreinvaart. De vragen die Van Holst en Lokin bespreken in hun artikel hebben te maken met rechtmatigheid. Allereerst wordt ingezoomd op de rechtmatigheid van het trainingsproces; hoe worden Grote Taalmodellen nu getraind en in hoeverre is dat juridisch houdbaar? Er valt niet alleen te twisten over de auteursrechtelijke aspecten van data in deze modellen, maar ook over de rechtmatigheid van het gebruik van het LLM zelf. Dit kan namelijk in sommige gevallen leiden tot geautomatiseerde besluitvorming. Ten slotte spelen vragen omtrent de rechtmatigheid van de uitvoer, ofwel het resultaat, van een LLM. Grote Taalmodellen spreken niet altijd alleen maar waarheden en feiten. Van Holst en Lokin benoemen verschillende wetsvoorstellen op Europees niveau die het juridisch kader rond LLM’s verder moeten invullen.

Meer weten over de rechtmatigheid van Grote Taalmodellen? Lees dan het hele artikel hier.

Foto: Mojahid Mottakin via Unsplash

Brexit: uitwisseling persoonsgegevens problematisch

In maart 2021 schreef onze collega Walter van Holst een artikel in AG Connect over de gevolgen van de Brexit op het uitwisselen van persoonsgegevens met het Verenigd Koninkrijk. Doordat het land uit de EER is getreden, zijn andere regels van toepassing geworden. Het Verenigd Koninkrijk komt dan op dezelfde lijst van derde landen te staan als bijvoorbeeld China of de Verenigde Staten. Walter zoomt in zijn artikel in op drie belangrijke uitzonderingen die transfers naar derde landen mogelijk maken.

Meer lezen over de uitwisseling van persoonsgegevens na de Brexit? Bekijk het hele artikel hier.

Foto credit: Habib Ayoade op Unsplash

Blog algoritmeregisters: kookboek of fopspeen?

Mariette Lokin van Hooghiemstra en Partners schreef voor iBestuur een blog over algoritmeregisters. Ze duikt in de registers, die niet altijd even duidelijk zijn. Is het eigenlijk wel zo handig om algoritmes op te sommen op een website, of zijn er betere manieren om burgers in te laten zien hoe een beslissing is genomen? En is het algoritmeregister eerder een fopspeen, dan een kookboek dat inzicht geeft in het overheidsoptreden? Mariette is van mening dat er nog wel wat te winnen valt als het gaat over de publicatie van algoritmen.

Lees haar volledige blog via deze link.

Foto via Pixabay.

 

 

Privacyrecht in Nederland op zoek naar meer houvast

Voor het tijdschrift P&I schreven Thijs Drouen en Marlies van Eck een artikel over de recente evaluatie van de UAVG. Met co-auteurs Heinrich Winter en Chantal Ridderbos-Hovingh van Pro Facto concluderen ze dat de UAVG nauwelijks van toegevoegde waarde is voor het gegevensbeschermingsrecht in Nederland. Over de Functionaris Gegevensbescherming schrijven zij dat het opvallende bevinding is dat minder dan de helft van de respondenten in het onderzoek zich altijd vrij voelt om de AP te benaderen en dat een kwart zich nooit of soms vrij voelt. Ook uit de interviews blijkt dat FG’s worden gehinderd door de vrees dat contact met de AP kan leiden tot interventies of versterkte controle van de organisatie waarvoor de FG werkzaam is. 86% van de respondenten gaf aan altijd of meestal betrokken te worden bij gesprekken tussen de organisatie en de AP.

Het artikel vindt u hier.

BNR Eyeopeners: dit is de oplossing voor het delen van gevoelige data

BNR Eyeopeners besteedt elke week aandacht aan een onderwerp dat te maken heeft met technologie en innovatie. In de aflevering van deze week staat multi party computation, kortweg MPC centraal. Deze technologie maakt het mogelijk om gegevens in de bron met een hoogwaardige, state of the art versleuteling te verwerken. Dat maakt het mogelijk om ook gevoelige persoonsgegevens volgens de principes van privacy by design te verwerken.

In deze aflevering gaat onze collega Mariette Lokin  in op de juridische aspecten van toepassing van deze technologie. Thomas Attema van TNO en Roderick Rodenburg van Roseman Labs gaan in op de technische merites van MPC.

Je kan de podcast beluisteren via: https://www.bnr.nl/podcast/eyeopeners/10493216/dit-is-de-oplossing-voor-het-delen-van-gevoelige-data.

 

Sociaal medium BlueSky: centraal of decentraal organiseren?

Vorige week was onze collega Walter van Holst te gast bij het programma BNR Digitaal. Het gesprek met schaatslegende Ben van de Burg ging over het door Twitter-oprichter Jack Dorsey aangekondigde decentraal ingerichte sociaal medium BlueSky. Aan de orde kwam of het eigenlijk uitmaakt of een sociaal medium centraal of decentraal georganiseerd is.

De uitzending is terug te luisteren (in het tweede halfuur) via: https://www.bnr.nl/podcast/digitaal/10492524/microsoft-vs-de-waakhonden-bluesky-is-het-nieuwe-oude-twitter-en-tech-op-dutch-design-week .

Foto: Yujeong Huh via Unsplash