Auteur archieven: LS

WODC-onderzoek Slachtoffergegevens in Strafdossiers

Op 1 juli 2025 is de Algemene Maatregel van Bestuur Bescherming Slachtoffergegevens in werking getreden. Het doel van de regeling is om de privacy en rechtspositie van slachtoffers in strafdossiers te versterken. In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum hebben Hooghiemstra & Partners en Pro Facto onderzoek gedaan naar de werking van de AMvB.

De onderzoekers hebben een evaluatiekader opgesteld waarmee de nieuwe regeling gemonitord en geëvalueerd kan worden. Het kader bestaat uit twee delen. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat de praktische toepassing van de AMvB mogelijk omslachtig blijkt. Het eerste deel van het evaluatiekader richt zich op het afbakenen van gegevens die strafvorderlijk relevant zijn. In het tweede deel wordt onderzocht of een afname van persoonsgegevens in processtukken heeft plaatsgevonden.

In de factsheet Bescherming Slachtoffergegevens in Strafdossiers vindt u meer informatie over het besluit, om welke gegevens het gaat, het evaluatiekader en de tijdlijn (waaronder het evaluatiemoment). Het volledige onderzoek leest u hier. Aan het onderzoek werkten Thijs Drouen, Judith Zoë Blijden, Robin Verhoef (H+P), Nicolette Woestenburg en Heinrich Winter (Pro Facto) mee.

Blog: Verwachtingen van privacywetgeving

Blog door: Taetske van der Reijt, principal consultant bij Hooghiemstra & Partners¹

Het is vandaag, 28 januari, de dag van privacy. 45 jaar geleden werd het Dataprotectieverdrag² ondertekend. Sinds die tijd is er veel veranderd. Er worden veel meer persoonsgegevens verwerkt en de bewustwording over privacy is enorm toegenomen. Toch worden al die privacyregels ook vaak als lastig en bureaucratisch ervaren.

Zo lees je nog steeds vaak in de krant dat “de Privacywet” in de weg zou staan aan effectief beleid of een effectieve aanpak van bepaalde problemen. Er is nog steeds grote angst om de AVG te overtreden, die niet altijd terecht is. Ook lijkt het erop dat de AVG soms als gelegenheidsargument wordt gebruikt.³ Het is vaak ook een oproep voor meer wetgeving.

Mijn ervaring, zowel als wetgevingsjurist op het gegevensbeschermingsrecht en als adviseur, is dat nieuwe wetgeving niet altijd nodig is. De AVG biedt de lidstaten voldoende ruimte om het gegevensbeschermingsrecht te modelleren naar eigen wens. Gebleken is echter wel dat de wettelijke grondslagen niet altijd goed op orde waren en daarom zijn er sinds de invoering van de AVG veel wettelijke grondslagen bijgekomen. Deze inhaalslag op het gebied van wetgeving is nog niet afgerond.

Echter, er zijn natuurlijk wel grenzen aan wat je wettelijk kunt en moet willen regelen. Sommige verwerkingen van persoonsgegevens zijn maatschappelijk echt niet wenselijk, met of zonder AVG. Denk aan het te breed delen van zwarte lijsten of gegevens verzamelen “omdat het misschien ooit handig kan zijn”. Of gegevens willen verzamelen, terwijl je de taak daarvoor niet hebt. Ook onze Grondwet vereist nu eenmaal dat de overheid niks mag, tenzij het wettelijk is toegestaan (terwijl de burger alles mag, tenzij het verboden is.)

Kortom: geen taak, geen gegevensverwerking, want dan is er immers geen duidelijk doel en geen noodzaak om die gegevens te verwerken. Maar om een taak uit breiden of toe te voegen in de wet, is niet altijd eenvoudig. Dan gaan er ook andere krachten en belangen spelen. De taak blijkt bijvoorbeeld eigenlijk al bij een andere overheidsorganisatie te liggen of er moet veel geld bij, want er komt immers een nieuwe taak bij. Er wordt dan vaak gemopperd dat het aan de strenge privacywet ligt, maar goed beschouwd is dat natuurlijk niet zo. Omdat er voldaan moet worden aan waarborgen en zorgvuldigheidseisen die de AVG stelt, zoals het opstellen van een DPIA, komt wel vaak aan het licht dat er iets niet klopt. Dat een organisatie buiten zijn taak werkt bijvoorbeeld, of meer gegevens verzamelt dan noodzakelijk voor zijn taak. Maar ja, is het eigenlijk niet gewoon heel wenselijk dat dat aan het licht komt?

Tegelijkertijd worden de wettelijke mogelijkheden van zowel de AVG als de Nederlandse uitvoeringsregelgeving soms naar mijn ervaring juist te eng geïnterpreteerd. Dus men denkt dat er minder mag dan in de wet staat. Er wordt dan aan de wetgever gevraagd om een wettelijke grondslag te maken, die al bestaat. Deze durft men dan niet goed toe te passen en wil voor de zekerheid een nog duidelijkere grondslag. Organisaties blijken het spannend te vinden om een afweging van belangen te maken en de noodzaak te beoordelen. Het is dan al vaak “bij twijfel niet inhalen”, waardoor ze zichzelf onnodig klemzetten. Een wetsaanpassing is niet nodig, en kan eigenlijk ook niet. Wel is van belang dat bestuurders goed weten welke afweging ze moeten maken en daar ook voor te gaan staan. Ik vermoed dat gebrek aan kennis en angst om toch een verkeerde afweging te maken en vervolgens bijvoorbeeld in de publiciteit hard voor te worden afgestraft daar onder meer debet aan is.

De wetgever staat dan wel voor een dilemma. Mijn overtuiging is dat het maken van steeds meer en gedetailleerdere wettelijke grondslagen zelfs averechts zal werken. Ten eerste zeg je ermee dat eerdere vergelijkbare verwerkingen van persoonsgegevens blijkbaar onrechtmatig waren en ten tweede moeten dan andere vergelijkbare verwerkingen, ook door andere organisaties, voorzien worden van een wettelijke grondslag. Hierdoor bestaat het risico in een soort vicieuze cirkel van wetgeving terecht te komen, waardoor er steeds meer en meer wetten moeten worden opgesteld met allerlei gedetailleerde grondslagen. Of dat te ruimhartige grondslagen worden opgesteld.⁴

En wees gewaarschuwd: een wet werkend krijgen gaat niet snel, zeker niet als het over gegevensbeschermingsrecht gaat. Veel instanties kijken mee en een wetsvoorstel inzake verwerking van persoonsgegevens moet op grond van de AVG sowieso aan de AP worden voorgelegd. Uiteraard is ook de Raad van State nog aan zet, die vanuit grondwettelijk perspectief met grote interesse kijkt naar wetsvoorstellen over gegevensbeschermingsrecht. Overigens volkomen terecht.

Om een voorbeeld te geven: het wetsvoorstel voor de Verzamelwet gegevensbescherming, dat vooral technische aanpassingen en enkele extra grondslagen voor gegevensverwerking mogelijk maakt, is op 1 december 2022 ingediend bij de Tweede Kamer, en sinds mei 2025 in behandeling bij de Eerste Kamer. Waarschijnlijk zal deze niet eerder dan 1 januari 2027 in werking treden.

Dit is maar één voorbeeld uit mijn eigen praktijk, maar er zijn er veel meer.⁵ Blijkbaar vinden we het, als het puntje bij paaltje komt, allemaal heel spannend om persoonsgegevens te verwerken en te delen en kijken we daarbij steeds naar anderen om te zeggen of het mag. Naar de AP of naar de wetgever of naar de FG of de privacy-adviseur. En dat terwijl we zelf afwegingen moeten durven maken. Er staat immers niet voor niets in overweging 4 bij de AVG dat de verwerking van persoonsgegevens ten dienste van de mens moet staan en dat het recht op bescherming van persoonsgegevens geen absolute werking heeft, maar conform het evenredigheidsbeginsel tegen andere grondrechten moet worden afgewogen.

Beeld: Yasmine Boudiaf & LOTI / Data Processing / Licenced by CC-BY 4.0

¹ Taetske was hiervoor raadadviseur gegevensbeschermingsrecht bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.
² Verdrag (van de Raad van Europa) tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, Straatsburg, 28-01-1981.
³ Zie ook de brief van de Algemene Rekenkamer van 30 maart 2023 aan de Tweede Kamer. Kamerstukken II, 32761, nr. 264.
⁴ In het advies over de Verzamelwet gegevensbescherming waarschuwt de AP op pagina 3 ook hiervoor. https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/documenten/advies-verzamelwet-gegevensbescherming.
⁵ Bijv. de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden: Begin 2020 ingediend bij de Tweede Kamer, eind 2024 aangenomen door de Eerste Kamer. De ambtelijke voorbereiding en adviestraject is ongeveer 2015 gestart. Of Bijv. de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (WAMS), die in januari 2023 is ingediend bij de Tweede Kamer en nog in behandeling is.

Doe meet met onze opleidingen! Cursus privacy, gegevensbeschermingsrecht en meer

Doe mee met een van onze opleidingen! | Cursus privacy, gegevensbescherming en meer

Collega’s van Hooghiemstra & Partners zetten hun expertise regelmatig in voor interessante opleidingen door het hele land. Benieuwd welke cursus op het gebied van privacy, praktijkbijeenkomsten en modules de komende maanden op de planning staan? In deze post geven wij meer informatie. En vergeet natuurlijk niet om je aan te melden!

Praktijkbijeenkomsten Privacy & Gegevensbescherming in de Zorg

De zorg verandert ingrijpend door de opkomst van technologie. (Gezondheids)juristen en zorgverleners moeten omgaan met nieuwe regels en systemen. De AVG, de Wegiz, de EHDS: met een groot aantal wetten op zowel Europees als nationaal niveau staan deskundigen voor belangrijke vragen. Met de praktijkbijeenkomsten van de PAO Leiden brengen we de technologie uit de praktijk en het gegevensbeschermingsrecht dichter bij elkaar.

  • Data: 4, 11 en 18 maart 2026
  • NOvA-punten: 9
  • Bedoeld voor juristen en zorgprofessionals op het snijvlak van zorg en technologie, en voor personen uit andere disciplines die interesse hebben om meer te leren over gezondheids- en gegevensbeschermingsrecht.
  • Georganiseerd door Leiden Law Academy.
  • Aanmelden kan hier.

Foto: Omar Al-Ghosson via Unsplash

Cursus privacy | Gegevensbeschermingsrecht | Wetsanalyse | Zorg

Geranne Lautenbach

Geranne Lautenbach maakt overstap van MedicalPHIT naar Hooghiemstra & Partners

Het nieuwe jaar begint feestelijk bij Hooghiemstra & Partners, want we verwelkomen een nieuwe collega: Geranne Lautenbach. Geranne is expert op het gebied van het gegevensbeschermings- en gezondheidsrecht. Vanuit deze expertise zet zij zich in om impact te maken binnen het zorgdomein. Ze weet als geen ander hoe je wet- en regelgeving vertaalt naar de praktijk.

Geranne Lautenbach maakt hierbij de overstap van MedicalPHIT naar Hooghiemstra & Partners. Geranne zal daar als senior adviseur haar specialistische kennis op precies dit domein blijven inzetten voor bestaande en nieuwe opdrachtgevers, waar van toepassing in combinatie met de dienstverlening van MedicalPHIT.

We zijn blij met de komst van Geranne en kijken uit naar projecten waar Hooghiemstra & Partners en MedicalPHIT elkaar kunnen versterken om zo meer toegevoegde waarde te kunnen leveren in de zorg.

Lees hier meer over Geranne en haar ervaring.

artikel NTS controle digitale gegevensdragers kindermisbruik

Artikel Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht: De controle van digitale gegevensdragers op online kindermisbruikmateriaal

Voor het Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht (NTS) schreven onze collega’s Thijs Drouen en Lisanne Kramer samen met Ester Post een samenvattend artikel over het WODC-onderzoek dat wij uitvoerden naar de controle van digitale gegevensdragers bij veroordeelden van online seksueel kindermisbruik. Dit onderzoek verscheen in januari 2025. Het artikel is te lezen op Boomportaal. De auteurs van het artikel voerden het onderzoek samen met Christian Boxum van Pro Facto en onze collega Anna Keuning uit.

centralisering patiëntgegevens ars aequi

“Centralisering van patiëntgegevens in de gezondheidszorg?” in Ars Aequi

Voor het juridisch vakblad Ars Aequi schreven Theo Hooghiemstra en Walter van Holst een artikel over de centralisatie van patiëntgegevens. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het gebruik van big tech voor zorgcommunicatie of grote datalekken van patiëntengegevens. Centralisatie lijkt een onvermijdelijke trend te worden in binnen- en buitenland, maar volgens Theo en Walter zijn er mogelijkheden dit te voorkomen. Dat vraagt echter wel om een radicale omslag. De auteurs dragen zowel wetstechnische als gegevensbescherming-by-design oplossingen aan. Zo is de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) na dertig jaar toe aan een actualisering en biedt de nieuwe Europese verordening European Health Data Space (EHDS) mogelijkheden voor anonimisering en pseudonimisering bij de bron. Ook ligt er een belangrijke taak voor de Health Data Access Body (HDAB) om op dit laatste toezicht te houden.

Theo en Walter nemen ten aanzien van centralisatie de volgende stelling in: “De wijze waarop de huidige hulpverlener uitvindt wat de medische geschiedenis van een patiënt is, kan niet met puur en alleen centrale voorzieningen ingevuld worden, omdat deze lokalisatievraag te zeer verweven is met het medische beroepsgeheim.” Benieuwd naar hun ideeën? De eerste pagina van het opiniestuk is hier te bekijken. Lees het volledige artikel via Ars Aequi of in de decembereditie 2025 van het maandblad hier.

 

Digitale Tool Uitvoeringsgericht Wetgeven

Uitvoeringsgericht wetgeven: nu als digitale tool

Voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkten onze collega’s Mariette Lokin en Anna Keuning aan de ontwikkeling van de werkmethode Uitvoeringsgericht wetgeven. Het instrument is gebaseerd op de aanpak van Wetsanalyse en kan multidisciplinair worden toegepast door wetgevingsjuristen, beleidsmakers en uitvoerders bij het ontwikkelen van (digitaal) werkbare wetgeving. Wetgeving wordt hiermee op een gestructureerde manier geschikt gemaakt voor geautomatiseerde uitvoering. Ook stelden onze collega’s eerder een implementatieadvies op voor de werkmethode.

PNA en Mariette ontwikkelden vervolgens een interactieve, digitale tool waarbinnen gebruikers makkelijk kunnen navigeren door de werkmethode. De tool biedt onder andere tips bij het maken van wetgeving en geeft handige voorbeelden weer. Met behulp van het activiteitenschema brengen gebruikers duidelijk de randvoorwaarden en belangrijke keuzes in beeld om samen werkbare wetgeving te ontwikkelen.

Maak je gebruik van het Beleidskompas? Of ben je benieuwd naar deze werkmethode? Raadpleeg dan zeker de digitale tool via deze link.

Screenshot via: https://arg.pna-web.com/.
.

wetsanalyse analyseschema

Wetsanalyse voor een wendbare wetsuitvoering: waarom, wat en hoe?

Hoe stop je een wet in een computer, op zo’n manier dat daar juiste en rechtvaardige besluiten uitkomen? Het idee is misschien dat generatieve AI deze vraag gaat beantwoorden, of hem zelfs overbodig maakt. Daar zijn we bij Hooghiemstra & Partners nog niet helemaal van overtuigd, maar we hebben wel mensen die kunnen helpen bij de omzetting van wet naar code. Een sleutelrol is daarbij weggelegd voor Wetsanalyse. We leggen uit waarom, wat en hoe.  

Waarom?  

De samenleving kan niet meer zonder ICT. We leven met en worden soms zelfs geleefd door onze smartphone en laptop. Ook de overheid zet digitalisering op grote schaal in voor uitvoering van haar taken en voor dienstverlening aan burgers en bedrijven. De grondstof voor dat werk is wetgeving, die zowel het gedrag van burgers als het optreden van de overheid reguleert.  

Vaak wordt gezegd dat wetgeving complex en onduidelijk is. Het is ook best lastig: wetten moeten algemeen gelden én tegelijkertijd toepasbaar zijn op heel veel verschillende individuele gevallen. Daarom zit wetgeving op een bepaalde manier in elkaar, met een eigen taalgebruik en specifieke taalconstructies. Vaak zitten er open normen in, of ruimte voor afweging in individuele gevallen. Juist om rechtvaardige toepassing mogelijk te maken.  

De wereld van de uitvoering in ICT-systemen is een heel andere dan de wereld van de jurist: een systeem kan geen afwegingen maken, maar redeneert letterlijk ‘digitaal’, in nullen en enen. Als we wetgeving willen uitvoeren zoals de wetgever die bedoeld heeft, zullen we de talige wereld van de jurist en de digitale wereld van de ICT’er moeten overbruggen. Alleen dan kunnen we goed werkende ICT realiseren, die letterlijk recht doet aan de beginselen onder onze rechtsstaat.  

Wat? 

In de afgelopen decennia zijn methoden ontwikkeld voor de vertaling van wetgeving naar digitale uitvoering. Wetsanalyse is een voorbeeld van zo’n methode. Hiermee worden de wettelijke regels als het ware uiteengerafeld tot de bouwblokjes waarmee voor mensen leesbare (en dus toetsbare) modellen kunnen worden gemaakt. Die modellen zijn op hun beurt de basis zijn voor softwarecode waarmee de computer kan redeneren en beslissingen kan nemen. Of er kunnen regel- en rekenhulpen mee worden gemaakt voor burgers en bedrijven. Of ze kunnen worden gebruikt voor een ‘bijsluiter’ bij brieven van de overheid, met uitleg over de berekening van een uitkering of verlening van een vergunning.  

Hoe? 

Hoe werkt dat dan? Wetsanalyse kent twee pijlers, een analyseschema en een werkwijze. Het analyseschema is eigenlijk de juridische grammatica van de wetgeving. Het bestaat uit de juridische elementen die in alle wetgeving voorkomen. Bijvoorbeeld rechten en plichten (rechtsbetrekkingen), de partijen die daarbij betrokken zijn (rechtssubjecten), waar ze over gaan (rechtsobjecten) en de voorwaarden die gelden. Aan de hand van het schema worden formuleringen in wetgeving voorzien van een label dat hun juridische betekenis heel precies aangeeft. Zo worden de bouwblokjes gemaakt die vervolgens geordend worden in een gegevens-, een regel- of een procesmodel, zodat de computer er uiteindelijk mee uit de voeten kan. De afbeelding laat dit zien. 

wetsanalyse analyseschema

Essentieel voor een goede analyse is samenwerking. Wetsanalyse wordt uitgevoerd in een team, waarin juristen (die de wetgeving goed kennen), uitvoeringsexperts (die de praktijk goed kennen) en IT-ontwikkelaars samen de analyse en interpretatie van de wetgeving maken en de regel-, gegevens- en procesmodellen opstellen. Ze voeren daarbij vaste activiteiten uit, zoals in onderstaand schema.  

wetsanalyse werkwijze

 

Multidisciplinair dus, waarbij ieders expertise optimaal benut wordt. Daarnaast wordt iteratief gewerkt, zodat continu geleerd wordt en de analyses kunnen worden aangescherpt en verbeterd. Daarbij blijkt vaak ook waar nog interpretatie of invulling van de wetgeving nodig is om haar digitaal te kunnen uitvoeren. Of waar concretisering niet mogelijk is, en dus waar de grenzen van automatisering liggen.   

Voorbeelden 

Wetsanalyse wordt al bij verschillende overheidsorganisaties toegepast, zoals de Belastingdienst, de IND en (nog experimenteel) enkele gemeenten.  

Momenteel ondersteunt Hooghiemstra & Partners de Wetsanalyse van hoofdstuk 4 van de European Health Data Space-verordening (EHDS) in het kader van het Programma Health Data Access Body (HDAB). Daarnaast voeren we Wetsanalyse uit voor de modernisering van identiteitsvaststelling in de strafrechtsketen. Daarnaast hebben we meegewerkt aan het BZK-innovatieproject Wegwijs in regels. Daarin is het analyseschema van Wetsanalyse gebruikt voor een AI-toepassing die overheidsmedewerkers helpt om de Wet open overheid, de AVG en de Archiefwet in samenhang te bevragen en toe te passen in hun werk.  

Meer weten? 

Wil je meer weten over Wetsanalyse of ben je geïnteresseerd in toepassing ervan in jouw organisatie, neem dan contact met ons op via info@hooghiemstra-en-partners.nl. 

Ben je geïnteresseerd in opleiding in Wetsanalyse, dan biedt de Open Universiteit de cursus Wetsanalyse en wendbare wetsuitvoering in de digitale rechtsstaat. 

 

Yutong Liu & Digit / Better Images of AI voor artikel Mariette Lokin (van kennis naar code)

Artikel Binnenlands Bestuur: “Wees in charge over het proces van kennis naar code”

Meer kruisbestuiving tussen het juridische en technische domein. Daarvoor pleit onze collega Mariette Lokin, die sinds juli ook bijzonder hoogleraar wetgeven in de digitale rechtsstaat aan de Open Universiteit is. Voor een artikel in Binnenlands Bestuur gaat ze dieper in op het vertalingsproces van wet naar code. Soms is dat ondoorgrondelijk, maar eigenlijk hoeft het dat helemaal niet zo te zijn.

Hoewel op het eerste gezicht de werelden van de jurist en de ict’er misschien ver uit elkaar lijken te liggen, is volgens Mariette hun logica juist hetzelfde. De verschillende expertises drukken zich anders uit – talig versus symbolisch – maar de gedachtegang achter wet en code vertoont een hoop gelijkenissen. Mariette hoopt dat juristen en programmeurs elkaar steeds beter weten te vinden. En dat ze beiden niet alleen in hun eigen koker blijven werken, maar ook van elkaar leren.

In het artikel legt Mariette uit hoe beslis- en rekenregels en de menselijke maat naast elkaar kunnen bestaan. Volgens haar is het wel essentieel dat overheidsorganisaties ‘in charge’ zijn. Dat betekent dat organisaties weten en vastleggen hoe een computer tot een bepaalde beslissing komt. Overheden (centraal én decentraal) zouden op dit moment ‘beter ‘in charge’ kunnen zijn’ vertelt Mariette. “Overheidsorganisaties hanteren nog niet altijd de werkwijze dat ze zelf de kennis modelleren waarmee ze de leverancier kunnen zeggen wat hij moet bouwen. Daar is winst te behalen.”

Ontwikkelingen zoals de Digitale toets van de Tweede Kamer voor meer grip op digitale uitvoerbaarheid van wetten zijn een stap in de juiste richting volgens Mariette. Maar er is meer nodig: een andere manier van werken, middelen en tijd voor juristen en beleidsmakers, en samenwerking met de uitvoering in een vroeg stadium. Benieuwd naar het artikel? Lees meer via de website van Binnenlands Bestuur.

Beeld credit: Yutong Liu & Digit / https://betterimagesofai.org / https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/

 

Onderzoek gegevens (ex)gedetineerden

Onderzoek naar het delen van gegevens over (ex)gedetineerden met lokale buitenlandse autoriteiten

Wanneer een ex-gedetineerde terugkeert naar de samenleving, kan dit voor maatschappelijke onrust zorgen en bepaalde risico’s opleveren voor de openbare orde. Bijvoorbeeld omdat burgers weerstand tonen tegen de komst van de (ex)gedetineerde of omdat de (ex)gedetineerde nog steeds een risico vormt voor de veiligheid van anderen. In Nederland worden gemeenten daarom over de terugkeer geïnformeerd, zodat zij in staat zijn zich voor te bereiden op mogelijke verstoringen van de openbare orde.

Op dit moment worden lokale autoriteiten in het buiteland niet geïnformeerd wanneer (ex)gedetineerden zich over de grens vestigen. Dit onderzoek beoogt inzichtelijk te maken in hoeverre het op grond van de huidige wettelijke kaders mogelijk is om met buitenlandse lokale autoriteiten gegevens te delen over de personen die zich daar vestigen, na afloop van detentie in Nederland. In het onderzoek gaan we kijken naar buurlanden Duitsland en België.

In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) voeren wij (Thijs Drouen en Anna Keuning) samen met Pro Facto (Stef Roest en Nicolette Woestenburg) dit onderzoek uit.

Photo credit: Lianhao Qu via Unsplash